|
OPERA
NEDERLAND |
|
|
REPORTAGE NECROLOGIE 2011 De operawereld verloor in 2011 een aantal grote zangers. Hier volgt een necrologie van de meest opvallende operazangers. Sopraan Caterina Mancini overleden (86)
Caterina Mancini werd geboren op 10 november 1924 in Rome en maakte in 1948 haar debuut als Giselda in ‘I Lombardi’ van Verdi in Florence. In 1951 zong zij haar voor het eerst in de Scala van Milaan in de titelrol van ‘Lucrezia Borgia’ van Donizetti. Ter gelegenheid van de 50ste sterfdag van Verdi nam Mancini in 1951 deel aan de RAI radio-uitvoeringen van de Verdi opera’s ‘Nabucco’, ‘Ernani’, ‘Attila’, ‘La Battaglia di Legnano’, ‘Il Trovatore’ en ‘Aida’, die op het platenlabel Cetra verschenen. Vanwege gezondheidsredenen trok zij zich begin jaren zestig steeds meer terug van het concertpodium. Ter nagedachtenis van John F. Kennedy zong zij op 30 november 1963 – een paar dagen na zijn dood – nog de altpartij in ‘Messiah’ van Händel onder leiding van Nicola Rescigno met Jon Vickers en Norman Treigle voor de Dallas Opera. Caterina Mancini was een dramatische coloratuursopraan met een grote, krachtige en flexibele stem, die haar uitermate geschikt maakte voor het vroege Verdi repertoire. Sopraan Margaret Price overleden (69)
Margaret Price werd op 13 april 1941 in Blackwood (Wales) geboren. Zij studeerde zang aan het Trinity College of Music in Londen en debuteerde in 1962 op 21-jarige leeftijd als Cherubino in 'Le Nozze di Figaro' bij de Welsch Opera Company in Cardiff. Een jaar later sprong zij in voor Teresa Berganza als Cherubino onder leiding van dirigent Georg Solti in het Royal Opera House Covent Garden van Londen. Vanaf toen nam haar carrière als Mozart-zangeres een grote sprong. Haar internationale doorbraak kwam in 1971 als Donna Anna in een enscenering van Jean-Pierre Ponnelle van 'Don Giovanni' in Keulen. Haar repertoire was relatief beperkt en concentreerde zich met name op Mozart-rollen. Onder leiding van Solti presenteerde zij zich in 1976 in haar eerste Verdi-partij als Desdemona in 'Otello'. In 1985 had zij met deze rol een sensationeel succes in de Metropolitan Opera van New York. Margaret Price beëindigde haar loopbaan in 1998 en wijdde zich aan het fokken van honden - met name Golden Retrievers - in haar woonplaats Cardigan aan de zee in Wales. Daar is zij aan een hartaanval overleden. Tenor Robert Tear overleden (72)
Robert Tear werd op 8 maart 1939 in Barry, Glamorgan (Wales)
geboren. Begin jaren 60 kwam hij onder de aandacht van Benjamin Britten en
Peter Pears en trad hij toe tot hun English Opera Group. Daar was hij in
1964 understudy voor Pears in ‘Curlew River’. Zijn operadebuut maakte Tear
in 1966 als Peter Quint in Brittens ‘The Turn of the Screw’ met een tournee
van de groep in Engeland en Rusland. In 1966 zong hij in de wereldpremière
van Brittens ‘The Burning Fiery Furnace’ de rol van Misael en in 1968 in de
wereldpremière van ‘The Prodigal Son’ de rol van Younger Son. Hij maakte in
1970 zijn debuut in het Royal Opera House Covent Garden in Londen als Lensky
in ‘Eugen Onegin’ van Tchaikovsky. Tenor Vincenzo La Scola overleden (53)
Vincenzo La Scola werd op 26 januari 1958 op Palermo geboren. La Scola studeerde bij Carlo Bergonzi en maakte zijn operadebuut in 1983 in Parma als Ernesto in ‘Don Pasquale’ van Donizetti. Zijn carrière bracht hem naar alle grote operahuizen van de wereld, zoals de Scala van Milaan (debuut 1988 in ‘L’Elisir d’Amore’), Covent Garden in Londen (debuut 1990 in ‘La Boheme’), de Weense Staatsopera (debuut in 1992) en de Metropolitan Opera van New York (debuut 1993 in ‘La Boheme’). La Scola zong met alle grote dirigenten van zijn tijd in voornamelijk het lirico spinto repertoire van Puccini, Donizetti en Bellini. Hij maakte een aantal opnamen in de studio, waaronder ‘Beatrice di Tenda’ van Bellini (1986 Sony), ‘Rigoletto’ van Verdi (1988 EMI), ‘Mefistofele’ van Boito (1995 RCA) en ‘L’Elisir d’Amore’ van Donizetti (1995 Naxos). Vincenzo La Scola overleed aan een hartinfarct in Istanboel, waar hij een masterclass gaf. Na het bekend worden van zijn overlijden onderbrak men in zijn geboorteplaats Palermo de repetities van Martinů’s ‘The Greek Passion’ in Teatro Massimo met een minuut stilte. Jane Rhodes overleden (82)
De operazangeres Jane Rhodes werd op 13 maart 1929 in Parijs geboren. Zij maakte haar debuut als Marguérite in ‘La Damnation de Faust’ van Berlioz op 25-jarige leeftijd in het Grand-Théâtre van Nancy. Haar acteertalent, mooie stem en uiterlijk gaven haar in de jaren vijftig de bijnaam “de Brigitte Bardot van de opera”. Jane Rhodes zong de titelrol in ‘Carmen’ van Georges Bizet ten tijde van de eerste opvoering van het werk in de l’Opéra de Paris op 10 november 1959. Haar tessitura hield het midden tussen sopraan en mezzosopraan, waardoor zijn naast rollen als Carmen ook Tosca en Salome kon zingen. Haar repertoire bevatte bijna 25 rollen en zij maakte vele opnamen. In de jaren tachtig trad zij nog op in recitals. Jane Rhodes was getrouwd met dirigent Roberto Benzi. Zij overleed in het l’Hôpital Américain van Neuilly-sur-Seine, een voorstad van Parijs, waar zij sinds twee weken opgenomen was.
Alda Noni werd op 30 april 1916
in Trieste geboren. In haar geboortestad studeerde zij piano en zang en
deze opleidingen voltooide zij in Wenen. Zij maakte haar debuut in 1937 als
coloratuursopraan in de rol van Rosina in de opera ‘Il Barbiere di Siviglia’ van
Rossini in Ljubljana. Van 1942 tot 1946 zong zij aan de Wiener
Staatsoper rollen als Susanna, Zerlina, Despina, Adina en Norina. Alda Noni
zong veel in Italië, maar ook in London (debuut 1946), Glyndebourne (debuut
1949), Parijs (debuut 1951). Zij maakte veel opnamen in de jaren vijftig
voor het label Cetra, waaronder ‘Le Nozze di Figaro’, ‘L'Elisir d'Amore’ en
‘Don Pasquale’. Het hoogtepunt van haar carrière was de rol van Zerbinetta
in ‘Ariadne auf Naxos’ van Richard Strauss in Wenen op 11 juni 1944 ter
gelegenheid van de 80ste geboortedag van de componist, die zelf bij de
opvoering aanwezig was en haar voor de rol had uitgekozen. Bas Giorgio Tozzi overleden (88)
Giorgio Tozzi werd op 8 januari 1923 in Chicago geboren en studeerde oorspronkelijk biologie. Na zanglessen bij onder anderen bij Rosa Raisa debuteerde Tozzi in 1948 als Tarquinius in ‘The Rape of Lucretia’ van Benjamin Britten in New York. In 1953 debuteerde Tozzi aan de Scala van Milaan in Catalani's ‘La Wally’ en in 1955 aan de Metropolitan Opera House van New York als Alvise in ‘La Gioconda’ van Ponchielli. In de Met was hij vele jaren de eerste bas en zong er 28 rollen in 528 voorstellingen. Tozzi zong in 1958 de rol van de Doctor in de wereldpremière van ‘Vanessa’ van Samuel Barber. Verder maakte Tozzi talrijke studio-opnamen van opera’s, waaronder ‘Le Nozze di Figaro’ (1958), ‘Turandot’ van Puccini (1959) en ‘Aida’ van Verdi (1961). Tozzi zong ook de baspartij op de befaamde studio-opname van Händels ‘Messiah’ onder leiding van Sir Thomas Beecham op RCA (1959). Andere belangrijke rollen van Tozzi waren Phillip II in ‘Don Carlo’ van Verdi, Hans Sachs in ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ van Wagner en Méphistophélès in ‘Faust’ van Gounod. Tozzi was tijdens zijn carrière aan de Met al zangdocent aan de Juilliard Scool of Music in New York. Van 1991 tot 2006 gaf hij zangles aan de Indiana University Jacobs School of Music. Giorgio Tozzi overleed in Bloomington, Indiana. Alt Denise Scharley overleden (94)
Denise Scharley werd in 1917
geboren en maakte haar debuut in 1942 als Geneviève in ‘Pelléas et Mélisande’
van Debussy aan de Opéra-Comique van Parijs. Zij maakte haar debuut in 1951 in
de Opéra van Paris als Madeleine in ‘Rigoletto’ en zong er daarna onder andere
rollen als Dalila, Amneris, Fricka, Ulrica en Carmen. Ook zong zij er op 21 juni
1957 de rol van Madame de Croissy in de Franse première van ‘Dialogues of the
Carmelites’ in Parijs, vijf maanden na de wereldpremière in Milaan. Deze rol nam
zij in januari 1958 op in de studio. Andere grote rollen die zij zong waren
Charlotte, Mignon, Dulcinée, Hérodiade en de Gravin in ‘Pique Dame’ van
Tchaikovsky.
De mezzosopraan Martine Mahé werd in 1951 geboren in
Aix-en-Provence en werd in haar geboorteplaats toegelaten tot het
conservatorium. Vervolgens studeerde zij in Milaan. Zij maakte in 1981 haar
debuut in de Théâtre des Champs-Elysées van Parijs in de rol van Berta in
‘Il Barbiere di Siviglia’ van Rossini. Tenor Gerhard Unger overleden (94)
Gerhard Unger werd op 26 november 1916 in Bad Salzungen geboren en studeerde zang in Berlijn. Hij begon zijn carrière in 1945 als concert- en oratorimzangeren maakte in 1947 zijn debuuut als operzanger in Weimar. Van 1949 tot 1961 was hij ensemblelid van de Berlijnse Staatsoper Unter den Linden en van 1961 tot 1982 ensemblelid van de Staatstheater Stuttgart. Unger zong aan vele grote operahuizen van de wereld waaronder de Scala in Milaan, de Wiener Staatsoper, de Metropolitan Opera van New York en de Salzburger en Bayreuther Festspiele. Zijn grootste rol van die van David in ‘Die Meistersinger von Nürnberg’ van Wagner, die hij zo’n 450 maal zong, opnam in de studio en in 1951 en 1952 zong in Bayreuth. Andere belangrijke rollen van Unger waren die van Pedrillo in ‘Die Entführung aus dem Serail’ van Mozart, Monostatos in ‘Die Zauberflöte’ van Mozart, de Italiaanse zanger in ‘Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss en Mime in ‘Der Ring des Nibelungen’ van Wagner. Zijn laatste optreden in Stuttgart was als de heks in ‘Hänsel und Gretel’ van Humperdinck. Sopraan Pierrette Alarie overleden (89)
Pierrette Alarie werd op 9 november 1921 in Montreal (Canada) geboren. Zij studeerde zang aan het Curtis Instituut van Philadelphia bij Elisabeth Schumann en won de Metropolitan Opera Auditions. Alarie maakte haar debuut in de Met op 8 december 1945 als Oscar in ‘Un Ballo in Maschera’ onder leiding van Bruno Walter en zong drie seizoenen aan de Met als onder meer Olympia in ‘Les contes d'Hoffmann’ en Blonchen in ‘Die Entführung aus dem Serail’. In 1946 trouwde zij met de tenor Léopold Simoneau, die zij op 19-jarige leeftijd had ontmoet. In 1949 verhuisden zij naar Parijs en zongen rollen aan de Opéra Comique. Als team werden Alarie en Simoneau uitgenodigd in Aix-en-Provence, Wenen, Salzburg, Glyndebourne, Edinburgh en München en maakten vele opnamen samen. Pierrette Alarie zong hoofdrollen in opera’s als ‘Les Pêcheurs de Perles’, ‘Lakmé’, ‘Il Barbiere di Siviglia’, ‘Lucia di Lammermoor’ en ‘Rigoletto’. Zij had een belangrijke carrière in Noord-Amerika en zong in recitals en opera’s in San Francisco, Philadelphia, New York, New Orleans, Toronto en Vancouver. Alarie gaf haar laatste optreden in ‘Messiah’ van Händel met Simoneau in Montréal op 24 november 1970 en na haar afscheid gaf zij les in Montréal. Zij richtte met haar echtgenoot in 1982 de Canada Opera Piccola in Victoria op. Léopold Simoneau overleed in 2006. Pierrette Alarie overleed in Vancouver en het echtpaar laat twee dochters na. Bariton Cornell MacNeil overleden (88)
Cornell MacNeil werd op 24 september 1922 in Minneapolis geboren. Hij studeerde zang bij Friedrich Schorr en Dick Marzollo en werd één van de belangrijkste baritons van de jaren zestig. Hij maakte zijn debuut in de Scala van Milaan in maart 1959 in de titelrol van ‘Ernani’. In dezelfde maand maakte hij zijn debuut in de Metropolitan Opera van New York in de titelrol van ‘Rigoletto’ op 21 maart 1959. In de Met was dit de rol die hij het vaakst zong met 104 keer, inclusief de televisieregistratie in 1977. Een andere glansrol van MacNeil was Baron Scarpia in ‘Tosca’. Hij zong de rol op 2 november 1959 voor het eerst in de Met naast Jussi Björling en onder leiding van Dimitri Mitropoulos en nam met de rol op 5 december 1987 afscheid van de Met. In totaal zong hij de rol er 92 keer. Tijdens zijn lange carrière aan de Met zong hij 642 voorstellingen in 26 rollen. De bariton van Cornell MacNeil was vooral opvallend vanwege zijn grote volume en zijn explosieve hoogte. Tenor Paul Franke overleden (93)
Paul Franke werd op 23 december 1917 in Boston geboren en studeerde aan het New England Conservatorium. Hij zong bij de Radio City Music Hall van New York en schreef een open sollicitatie aan de Metropolitan Opera House van New York. Dit leidde uiteindelijk tot een succesvolle auditie en op 1 december 1948 maakte hij zijn debuut in de Met als Un Govanetto in ‘L’Amore dei Tre Re’ van Italo Montemezzi. Franke zong in de Met maar liefst 1980 maal in voornamelijk rollen voor “comprimario”. Hij zong ook grotere rollen aan de Met, zoals David in ‘Die Meistersinger von Nünberg’ van Wagner, Bob Boles in ‘Peter Grimes’ van Benjamin Britten, Hauptmann in ‘Wozzeck’ van Alban Berg en de rol van de heks in ‘Hänsel und Gretel’ van Humperdinck. Franke trad ook op bij de Santa Fe Opera en maakte vele opnamen. Zijn laatste optreden was op 16 april 1987 als Thierry in ‘Dialogues of the Carmelites’ van Francis Poulenc in de Met. Paul Franke stierf in zijn huis in Queens. Tenor Salvatore Licitra overleden (43)
Salvatore Licitra werd op 10
augustus 1968 in de Zwitserse hoofdstad Bern geboren uit Siciliaanse ouders en
groeide op in Milaan. Hij werd toegelaten tot het Arrigo Boito Conservatorium in
Parma en studeerde vervolgens bij Carlo Bergonzi. Licitra maakte zijn
professionele debuut in Parma als Gustavo in ‘Un Ballo in Maschera’ van Verdi in
1998. Een jaar later maakte hij zijn debuut in de Scala van Milaan als Alvaro in
‘La Forza del Destino’ van Verdi. Zijn internationale doorbraak was in 2002 toen
hij in de Metropolitan Opera van New York insprong voor Pavarotti als
Cavaradossi in ‘Tosca’ van Puccini. Licitra zong vele malen in de Met in opera’s
als ‘La Forza del Destino’, ‘Un Ballo in Maschera’, ‘Cavalleria Rusticana’, ‘I
Pagliacci’, ‘Il Trittico’ en ‘Turandot’. Verder zong hij in onder andere Londen,
Verona, Madrid, Wenen en Los Angeles. Bariton Ingvar Wixell overleden (80)
Ingvar Wixell werd op 7 mei 1931 in het
Zweedse Lulea geboren. Hij maakte zijn debuut in 1955 als Papageno in ‘Die
Zauberflöte’ van Mozart bij de Opera van Stockholm. Wixell zou tot 1967 lid
blijven van dit gezelschap om daarna ruim dertig jaar in het ensemble van de
Deutsche Oper in Berlijn te zingen. Wixell had een zeer veelzijdige stem, die
hem aan alle grote operahuizen van de wereld bracht. Zo zong hij in 1966 al
Almaviva in ‘Le Nozze di Figaro’ aan de Weese Staatsopera, in 1972 de titelrol
in ‘Don Giovanni’ in het Royal Opera House van Londen en in 1973 de titelrol in
‘Rigoletto’ in de Metropolitan Opera van New York. Sopraan Montserrat Figueras overleden (69)
Montserrat Figueras García werd op 15 maart 1942 in Barcelona geboren. Zij begon in 1966 met haar zuster Pilar Figueras oude zangtechnieken te studeren. Twee jaar later trouwde zij met de gambist Jordi Savall met wie zij in 1974 het ensemble voor oude muziek ‘Hespèrion XX’ oprichtte. Met Savall stichtte zij een nieuwe versie van het ensemble ‘Hespèrion XXI’. Tevens vormden zij de groepen ‘La Capella Reial de Catalunya’ en ‘Le Concert des Nations’. Montserrat Figueras Zij ondernam ook uitstapjes naar het operarepertoire, zoals ‘Orfeo’ van Monteverdi en ‘Il burbero di buon cuore’ van Martín y Soler. Zij en haar echtgenoot traden regelmatig op met hun dochter Arianna en zoon Ferran. Montserrat Figueras heeft meer dan 60 studio opnamen gemaakt. Sopraan Sena Jurinac overleden (90)
Sena Jurinac werd op 24 oktober 1921 geboren in Travnik,
Bosnië-Herzegovina. Zij studeerde aan het conservatorium van Zagreb en maakte in
1942 in Zagreb haar professionele debuut als Mimi in ‘La Bohème’ van Puccini. In
1944 werd zij geëngageerd door de Wiener Staatsoper, waar zij in haar eerste
jaar zo’n 150 voorstellingen zong. Ze bleef bij het operahuis voor bijna 40 jaar en
ontving er uiteindelijk de titel Kammersängerin. In de herfst van 1946 maakte
Sena Jurinac
haar debuut in de Royal Opera House Covent Garden van Londen als Dorabella in
‘Così fan tutte’. In 1947 trad Sena Jurinac voor het eerst op tijdens de
Salzburger Festspiele eveneens als Dorabella. Haar Amerikaanse debuut was in
1959 in de
titelrol van ‘Madama Butterfly’ in San Francisco. Verder zong zij onder
andere aan de Scala van Milaan en in Glyndebourne. Johannes Heesters overleden (108)
Johannes Heesters werd op 5
december 1903 te Amersfoort geboren. Hij trok al in 1934 tegen de stroom
vluchtelingen in naar Oostenrijk en Duitsland. Heesters dook gemakkelijk in
het gat dat vermoorde en gevluchte Joodse zangers als Joseph Schmidt hadden
achtergelaten. Tussen 1933 en 1945 gingen 17 Duitse films in première,
waarin hij de hoofdrol speelde. Ook toen de Duitsers zijn vaderland
Nederland bezetten, bleef Heesters op zijn post. |
|