|
OPERA
NEDERLAND |
|
|
Diverse recensies Door: Mark Duijnstee Remmen los bij ‘Die lustige Witwe’ van Het Gelders Orkest
Het is een bekend gegeven dat een uitvoering van de operette ‘Die lustige Witwe’ vaak aan het einde van de eerste akte op gang komt. Dat is namelijk het moment waarop de dansorgie begint. In ‘Die lustige Witwe’ van Het Gelders Orkest in het Concertgebouw te Amsterdam gingen dan ook pas na de pauze de remmen los.
Het was een ware revolutie geworden en de naam van Lehár was voor altijd gevestigd. Een zo ongewoon georkestreerde, ongekende opeenvolging van dansen had de muziekwereld nog niet eerder gehoord en een nieuw genre was geboren: de dansoperette. Na de introductie van de personages komt ‘Die lustige Witwe’ bij de Sirenenwals en de Polka aan het einde van de eerste akte goed op gang. Ook bij Het Gelders Orkest, die een semiscenische opvoering met deels Oostenrijkse, deels Nederlandse solisten brengt, komt het vuurwerk vanaf de tweede akte als het publiek en de musici kennis hebben gemaakt met de akoestiek, de ambiance en elkaar.
De
weduwe Hanna wordt gezongen door de Nederlandse sopraan Annemarie Kremer. Met
deze rol voegt zij een zoveelste partij aan haar grenzeloze repertoire
toe. Zij doet denken aan de grote sopranen van voor de Tweede Wereldoorlog, die
met hetzelfde gemak Verdi, Wagner, Mozart, het Franse repertoire en operette
zongen. Haar Lustige Witwe is geen aristocratische dame, maar een "Mädel aus dem
Volke". Met name na de pauze krijgt Annemarie Kremer gelegenheid de vele
facetten van haar stem te laten horen. Gedurfd in haar borstregister en breder
in het middenregister is ze goed verstaanbaar en daardoor kleurrijk in
stem en personage. Haar "Vilja-Lied" is werkelijk sensationeel. Prachtig zacht in
het refrein van het da capo sluit ze af met een pianissimo hoge B, die
helaas door het applaus van het enthousiaste publiek werd overstemd. Het applaus
leek niet op te houden. De andere zangers halen helaas niet haar niveau;
opvallend genoeg komt hun meest verfijnd artistieke bijdrage van de Nederlandse
tenor Jean-Léon Klostermann als Raoul. De Weense dirigent Martin Sieghart is een
goed begeleider en zijn extreme versnellingen en vertragingen waren zeer
uitgesproken. Het Gelders Orkest toonde zich van zijn meeste attente zijde, een
vereiste voor een geslaagde ‘Die lustige Witwe’. |
|