|











| |
DIVERSE RECENSIES
Lenneke Ruiten subliem in
‘Die Entführung aus dem Serail’
Door: Mark Duijnstee
© Marco Borggreve
In het kader van het
30-jarig jubileum van het Orkest van de Achttiende Eeuw wordt ‘Die Entführung
aus dem Serail’ van Mozart semi-scenisch uitgevoerd. Hierin is de Nederlandse
sopraan Lenneke Ruiten een uitmuntende Konstanze.
Het naïeve verhaal van de opera ‘Die Entführung aus dem Serail’ (1782) van
Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) gaat over twee Europese vrouwen, die door
piraten zijn ontvoerd en aan een pasja zijn verkocht. De Turkse heerser voegt ze
aan zijn harem toe en neemt ook hun geliefden in dienst. Deze heren voeren de
opzichter van de harem dronken, proberen met de dames te vluchten, maar worden
gevangen. En net voor hun geplande executie besluit de pasja hen te laten gaan.
Veel gedoe om niets dus, maar het gaf Mozart de gelegenheid schitterende muziek
te schrijven. In het kader van het 30-jarig jubileum van het Orkest van de
Achttiende Eeuw wordt ‘Die Entführung aus dem Serail’ opgevoerd met scenische
adviezen van Jeroen Lopes Cardozo. De gesproken teksten van de opera zijn
tot een minimum gereduceerd en dat is een compliment waard. Want wie herinnert
zich niet de afschuwelijke productie van ‘Die Entführung aus dem Serail’ bij De
Nederlandse Opera uit 2008, waarin de gesproken teksten langer waren dan de
muziek.
De Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten is verbluffend in de veeleisende
rol van Konstanze. Haar sublieme uitvoering van “Ach, ich liebte” doet die van
Cristina Deutekom zelfs even vergeten. En het “Traurigkeit” is werkelijk
hartverscheurend. Je vraagt je af waarom Lenneke Ruiten deze rol niet overal in
de wereld op alle grote podia al zingt. De Amerikaanse sopraan Cyndia Sieden
is nog steeds ’s werelds beste Blonde, het hulpje van Konstanze. Zij nam de rol
twintig jaar geleden (!) al op in de studio onder leiding van John Eliot
Gardiner en zingt de partij nog altijd even eenvoudig en vrolijk. Haar vertolking
doet denken aan de woorden van Wilhelm Furtwängler, die de coloratuursopraan
Erna Berger op haar vijftigste nog steeds de beste zangeres noemde, die hij in
haar stemvak kende. De Zweedse tenor Anders Dahlin heeft een eerlijk
geluid voor Konstanzes geliefde Belmonte. Zijn stem klinkt nooit onaangenaam en
hij heeft de juiste menging van aarzeling en lyriek, die Belmonte domineert. De
Nederlandse tenor Marcel Beekman staat zijn mannetje als diens hulpje
Pedrillo en de Duitse bas Michael Tews heeft een goed bereik en prima
flexibiliteit voor de opzichter Osmin. Het Orkest van de Achttiende Eeuw
– in 1981 opgericht door de Amsterdamse dirigent Frans Brüggen – speelt
verzorgd op authentieke instrumenten. Opvallend is de lage stemming. Brüggen
neemt adequate tempi en laat Mozart klinken zoals het hoort. Het veelzijdige
Cappella Amsterdam zingt de twee koordelen van de Janitsaren-musici strak.
Onduidelijk is het alleen waarom voor de laatste dertig maten van “Martern aller
Arten” een onderbreking wordt gemaakt voor geschreeuw van de acteur. Ook
onduidelijk is het waarom de pauze in het midden van de tweede akte na “Martern
aller Arten” moet vallen. Mozart schreef het einde van de tweede akte niet na
“Martern aller Arten”, maar na het fantastische kwartet en hij componeerde ‘Die
Entführung aus dem Serail’ niet in twee, maar in drie akten.
|