|











| |
Diverse recensies
Belcantofeest bij De Rotterdamse Opera met ‘Beatrice di Tenda’.
Door: Mark Duijnstee

De Rotterdamse Opera brengt
sinds 1979 elke twee jaar een onbekende opera van
een bekende componist. Eerder regisseerde Jan Bouws er opera’s als ‘Nabucco’,
‘Macbeth’ en zijn veelgeprezen ‘Carmen’ en waren er zangers als Ernst Daniël
Smid, Henk Poort, Wiebke Göetjes en Annemarie Kremer te horen. Dit jaar brengt
het gezelschap de scenische première voor Nederland van ‘Beatrice di Tenda’.
‘Beatrice di Tenda’ is de negende en één na laatste opera van Vincenzo Bellini (1801 – 1835).
Het verhaal gaat over Beatrice, die terechtgesteld wordt
wegens overspel. Ironisch genoeg is zij de trouwe vrouw van Filippo, die op zijn
beurt verliefd is op Agnese, die verliefd is op Orombello, die verliefd is op
Beatrice. Bellini’s librettist Felice Romani leverde vanwege zijn vele
opdrachten een zwak libretto af en last-minute veranderingen in de cast
vereisten ijlings aanpassingen van de tekst. Romani verontschuldigde zich
uiteindelijk na openlijke ruzies met Bellini voor de matige opbouw en karakters.
De passiviteit van Beatrice, het weinig onaangename karakter van Filippo en de
korte rol van Agnese (waardoor Beatrice zonder tegenstander blijft) waren het
resultaat. De doorgaans traag componerende Bellini moest de muziek in een paar
weken voltooien, had ten tijde van de première de finale van de tweede akte nog
niet klaar en kopieerde de cabaletta van Fernando uit zijn opera ‘Bianca e
Fernando’. De wereldpremière op 16 maart 1833 in Venetië was een waar fiasco.
Twee jaar na de première verving Bellini het slot door een pianissimo reprise
van het vergiffenismotief gezongen door het koor.
De Rotterdamse Opera (RO) brengt de oorspronkelijke versie van ‘Beatrice di Tenda’.
Waldin Roes zingt
de titelrol met haar Norma-achtige proporties en overtuigt met dramatische
resonanties van haar middenregister, een stralende hoogte en staccato
coloraturen à la Deutekom. Zij fraseert met een uitzonderlijke zachtheid en
demonstreert aristocratische compassie. Een ontdekking in het belcantorepertoire
is de bariton Quirijn de Lang in de rol van Filippo met zijn Verdi-achtige
karakteristieken. De Lang heeft een kernachtig borst- en stralend kopregister en
op het toneel is hij als een vis in het water. Wat hadden we hem graag gehoord
als Enrico in de DNO ‘Lucia’.... De mezzosopraan Marieke Koster maakt van Agnese
een opvallende, dramatische rol mede dankzij haar indrukwekkende middenregister.
De tenor Boguslaw Bidzinski overtuigt met kleur, warmte en stijl in de arialoze
partij van Orombello en Harald Quaaden als Anichino toont zich een belofte.
Dirigent Marco Bons leidt het Symphonieorkest Continuo met vlotte tempi, maar
voor de volgende en laatste opvoering op 25 november a.s. moet het volume van
het orkest echt worden teruggebracht. Het semi-professionele Koor van de
Rotterdamse Opera zingt zich bewonderenswaardig door zijn grote partij en
regisseur Martin Michael Driessen laat liefdevol de zangers tijdens hun
slotakkoorden naar het publiek komen voor open doekjes. We kijken uit naar zijn
enscenering van Verdi’s ‘Jerusalem’ in Tilburg in 2008.
In één week hoorden we in operaland Nederland, inclusief de ‘I Lombardi’ in Den
Haag, drie voortreffelijke producties met allemaal goede, jonge Nederlandse
zangers. Deze ‘Beatrice di Tenda’ van RO is een waar belcantofeest en een
absolute aanrader, want wie weet duurt het wellicht opnieuw 175 jaar voordat
deze opera weer scenisch in Nederland wordt opgevoerd.
|