|











| |
NIEUWE CD UITGAVEN
MEI 2010
De
Nieuw-Zeelandse tenor Simon O’Neill begon als lyrische tenor en zette
zijn studie voort in het Wagnervak bij zijn landgenoot bas-bariton Donald
McIntyre. Zijn carrière kwam in een stroomversnelling, toen hij ging coveren
voor Plácido Domingo als Siegmund in de Met. Vorig jaar maakte O’Neill zijn
debuut als Lohengrin in Covent Garden. De recensies spraken van “ear-splitting”
en een “ringing top”. Nu is op EMI zijn debuut CD ‘Father and Son’
uitgebracht met uiteraard enkel en alleen Wagnerscènes. Het probleem is echter,
dat Simon O’Neill geen heldentenor is. Hij heeft een slanke tenor, zingt niet
breed en knijpt zijn stem dicht in de laagte. Dit is niet de manier waarop Wagner
door de grote heldentenoren werd gezongen en hoe deze rollen lang gezongen
kunnen worden door een tenor. Ook laat O’Neill teveel accenten liggen. Voor Parsifal – de
rol die hij zelfs in Bayreuth gaat zingen - mist hij diep persoonlijke
betrokkenheid (luister dan eens naar Max Lorenz of de Nederlandse heldentenor
Frank van Aken*). En de robuuste Siegfried is O’Neill al zeker niet. Jammer
ook op deze CD de scherpe sopraan van Susan Bullock in het duet “Siegmund
heiss’ ich”. De Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek zou
natuurlijk een betere keuze voor Sieglinde geweest zijn. Fantastisch wel het New Zealand
Symphony Orchestra onder leiding van haar fenomenale jonge, Finse Music Director
Pietari Inkinen, helaas op deze opname te ver naar de achtergrond
geschoven. (EMI 4578172)
*****
*
♪
Wagner – Parsifal (Frank van Aken, 2010)
♪
De
Nederlandse sopraan Lenneke Ruiten won op het Internationaal Vocalisten
Concours 2002 in Den Bosch de eerste prijs, de persprijs, de publieksprijs, de
prijs voor de beste Nederlandse deelnemer én de jeugdjuryprijs. Sindsdien zong
zij voornamelijk rollen in Mozartopera’s, zoals Susanna in München, Blondchen in
Schleswig-Holstein, Despina in Beaune en Pamina in Lausanne. Op haar CD ‘Mozart
– Arias’ begeeft Lenneke Ruiten zich op het gevaarlijke terrein van de
beroemde “bravura”-aria’s, die Mozart schreef voor zijn schoonzus als
insertie-aria’s in opera’s van andere componisten. Je moet ambitieus, heldhaftig
en begaafd zijn om deze aria’s te kunnen zingen en dat is Lenneke Ruiten. Van
het brede “Ah, lo previdi” met haar complexe emoties via het virtuoze “Ah
se il ciel” naar het indringende “Bella mia fiamma” en als uitsmijter
het fonkelende motet “Exsultate, jubilate” zingt zij kleurrijk, licht en
doordrenkt met nuances. Zij wordt schitterend begeleid door het Concertgebouw
Kamerorkest onder leiding van dirigent Ed Spanjaard. Spanjaard nam twee
van de aria’s van deze CD - “Vorrei spiegarvi” en “Se ardire e
speranza” - in 2002 al op met Francine van der Heijden. Hij toont opnieuw
zijn discrete, maar vaste ondersteuning en geniet hoorbaar van de incidentele
momenten waarop hij kan glanzen. De CD - opgenomen in de Waalse Kerk van
Amsterdam - is een welkome uitgave en bevestigt de uitstekende indruk die
Lenneke Ruiten al zo vaak maakte. (PantaTone Classics PTC 5186 376)
*****
Het
interessante aan de CD ‘Händel Arias – Love and Madness’ is het
aanlokkelijke samenspel van hobo en zang. De Nederlandse sopraan Johannette
Zomer en de Australische hoboïst Bart Schneemann gaan een dialoog aan
met elkaar in duetten van Händel alsof zij totaal versmelten en verliefd zijn op
elkaar. Johannette Zomer is wellicht wat bescheiden in haar expressiviteit, maar
zij zingt de aria’s werkelijk prachtig. Zij heeft een beheerste frasering en een
fraaie timing voor de hartstocht en diepte van Händel. Zij bezit de perfecte
techniek voor deze barokmuziek. Haar heldere sopraan is prachtig zuiver en heeft
een vaste klank, die zij vaardig mengt met een gedoseerd en expressief vibrato.
Haar dictie is helder en de coloraturen zijn strak. Kortom, een onberispelijk
instrument voor deze Händelaria’s. Opvallend is dat zij bescheiden is met haar
versieringen bij de da capo’s. Haar partner is hoboïst Bart Schneemann, docent
hobo aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Hij heeft een mooie egale
toon en maakt fraaie lijnen met zijn barokhobo. Hij heeft een fluwelen klank en
een prachtig legato. Luister ook op deze CD naar Händels hoboconcert in g-minor
uit diens vroege Duitse jaren. Van hoog naar laag virtuoos gespeeld met het hele
scala aan stemmingen van melancholisch tot furieus. Johannette Zomer en Bart
Schneemann worden virtuoos begeleid door Pieter-Jan Belder, die inmiddels
zo’n 100 CD opnamen maakte - waaronder de complete Scarlatti sonaten voor
klavecimbel - en het ensemble Musica Amphion. De heldere opname plaatst
de spelers goed op de voorgrond en ieder afzonderlijk is goed weergegeven. De CD
bevat verrassend repertoire, waaronder de cantate “Languia di bocca
lusinghiera” en minder bekende Händel aria’s. Alle stukken zijn echter largo
of adagio en meer variatie in tempo was nog afwisselender geweest. (Channel
Classics CCS SA 29209)
*****
De
Zwitserse componist Frank Martin (1890 - 1974) had een sterke band met
Nederland. In 1946 verhuisde hij naar Amsterdam en vanaf 1956 woonde hij in
Naarden, waar hij in 1974 overleed. Zijn passie-oratorium ‘Golgotha’ voor
vijf solisten, gemengd koor, orgel en orkest schreef hij tussen 1945 en 1948 en
was geïnspireerd op de ets ‘De drie kruizen’ van Rembrandt en op de muziek van
Bach. Het bestaat uit tien muzikale tableaus in twee delen en vertelt de
Christuspassie van diens entree in Jerusalem tot aan de wederopstanding.
‘Golgotha’ wordt vaak uitgevoerd vanwege zijn expressieve zeggingskracht.
Bijvoorbeeld in 1986 in Salzburg onder leiding van dirigent Lothar Zagrosek met
Edda Moser, Christa Ludwig, Peter Schreier, Dietrich Fischer-Dieskau en Harry
Peeters. Een andere radio-uitzending was in 2004 uit Wenen onder leiding van
dirigent Michael Boder met Soile Isokoski, Nathalie Stutzmann, Ralf Lukas, David
Pittsinger en de Nederlandse tenor Frank van Aken als Pilatus. Het oratorium is
ook goed vertegenwoordigd op CD, want er bestaan inmiddels ruim vijf
studio-opnamen. Na ‘Lux Aeterna’ van Ligeti en de ‘Psaumes francais & Canciones
Sacrae’ van Sweelinck is dit het derde succes voor dirigent Daniel Reuss
en het Cappella Amsterdam bij Harmonia Mundi. De uitvoering is lyrisch,
toegewijd en oprecht en de sfeer zeer krachtig. Instrumentaal is de uitvoering
sterk en de zang helder. De nadruk in het stuk ligt op de Nederlandse bariton
Mattijs van der Woerd in diens schitterende uitvoering van de Jezus-partij.
Hoogtepunt is zijn expressieve gebed in de tempel. Het Cappella Amsterdam is
indringend in het openingskoor, het treurige klaagzang aan het begin van het
tweede deel met schitterende altsolo (Marianne Beate Kielland) en in de
weelderige delen die Jezus voor de Hoge Priester (bas Konstantin Wolff)
en Pilatus (tenor Adrian Thompson) beschrijven. De opname klinkt open en
natuurlijk en het geluid is aantrekkelijk, ook al mist de tekst in de flink
resonerende akoestiek af en toe aan helderheid. Het eerste deel is te
beluisteren via
www.radio4.nl/page/luisterpaal_player/443. (Harmonia Mundi HMC
902056.57)
*****
Oswald
von Wolkenstein (c. 1376 – 1445) geldt naast Wolfram von Eschenbach en Walther
von der Vogelweide als belangrijkste Duitse auteur van de late middeleeuwen.
Recentelijk verschenen op de labels Carpe Diem en Christophorus al liederen van
Von Wolkenstein en op Harmonia Mundi is nu de CD ‘Songs of Myself’
uitgebracht met 14 van zijn liederen aangevuld met een aantal instrumentale
stukken uitgevoerd door countertenor Andreas Scholl en de leden van het
ensemble Shield of Harmony onder leiding van dirigent Crawford Young.
Oswald von Wolkenstein was zowel dichter als componist. Hij schreef meer dan 130
liederen tijdens zijn reizen naar Kreta, Pruisen, Litouwen, Turkije, Frankrijk,
Lombardije en Spanje in de traditie van de troubadours voor hem. De thema’s van
de liederen zijn reizen, God en de liefde en vaak verheerlijkte Von Wolkenstein
zichzelf, zoals in het autobiografische “Es fügt sich”. De orkestratie voor zijn
liederen is - zoals zo vaak bij muziek uit die tijd – niet bekend en Crawford
Young en het Shield of Harmony deduceerden de instrumentatie uit verschillende
bronnen resulterend in het gebruik van strijkers, luit, cimbaal en de zogenaamde
Wolkensteinharp. De meeste liederen volgden de traditie van de Minnezang en de
eenstemmige liederen zijn veelal op bestaande teksten, zoals het rondo “Fröhlich
zärtlich” en het meilied “Des himels trone” met fraaie
luitbegeleiding. De oorsprong van sommige meerstemmige liederen, die aan Von
Wolkenstein worden toegeschreven is onduidelijk. Soms leende hij hiervoor een
melodie en gebruikte een nieuwe tekst, zoals in het rondo “Kom liebster man”,
het prachtige duet “Ach senliches leiden” en de charmante fuga “Nu rue
mit sorgan”. Andreas Scholl zingt de duetten prachtig doorluchtig met de
pure sopraan van Kathleen Dineen. Geestig ook is het om Scholl ook eens
te horen als bariton in “Durch Barbarei, Arabia”. (Harmonia Mundi
HMC 902051)
*****
De
Amerikaan Michael Maniaci noemt zichzelf een “male soprano” in plaats van
een countertenor. Zijn stem heeft nooit een normale stembreuk heeft doorgemaakt,
waardoor hij een in zijn borstregister een vrouwelijk timbre heeft. Dat hij
zacht kan zingen op de hoge noten pleit ook tegen het gebruik van falset.
Hierdoor heeft Maniaci een bijzondere stem, die hem in staat stelt de werken te
zingen die voor kastraten zijn geschreven in de barokke en klassieke periode.
Zijn debuut CD ‘Mozart Arias For Male Soprano’ bevat aria’s, die Mozart
voor castraten componeerde. Dat Maniaci’s stem niet helemaal overtuigt, komt
door een aantal kenmerken. In de laagte verdwijnt de kracht, in de hoogte
verliest ze kern, wordt dun en scherp en heeft een snel vibrato. Daarnaast is de
stem eenkleurig en vaak onverstaanbaar. Maar Maniaci’s stem heeft een
opmerkelijke hoogte, een goede ademsteun en een opvallend dynamisch bereik. Hij
is muzikaal, expressief, heeft een fraaie frasering en een goede
coloratuurtechniek. En dat maakt de CD interessant. De aria van ”Il padre
adorato” van Idamante uit ‘Idomeneo’ – geschreven voor de castraat Vincenzo
dal Prato – brengt Maniaci met wanhoop en verwarring. De versieringen van de
twee aria’s van Cecilio uit ‘Lucia Silla’ – geschreven voor Venanzio Rauzzini –
zingt hij virtuoos. De twee aria’s met basclarinet van Sesto uit ‘La Clemenza di
Tito’ – voor Domenico Bedini – zingt hij hartstochtelijk en sterk gefraseerd met
lange lijnen. Spectaculair ook de kerkmotet ‘Exsultate, jubilate’,
eveneens geschreven voor Rauzzini. Het Boston Baroque ensemble onder leiding van
Martin Pearlman speelt op periodische instrumenten, maar klinkt op de opname
helaas teveel op de achtergrond, waardoor kleuren en details onduidelijk zijn. (Teldec
TEL-31827-02)
*****
|