|











| |
NIEUWE CD UITGAVEN
MAART 2011
Harry
Frommermann richtte in 1928 het legendarische, Berlijnse ensemble de Comedian
Harmonists op.
De groep werd in 1935 door de Nazi´s verboden en viel
uiteindelijk uit elkaar. In
2005 formeerde de Nederlandse tenor Marcel Reijans
als eerbetoon aan de Comedian Harmonists de groep Frommermann, die sindsdien door het land
toert
met voorstellingen. Hun
debuut CD ‘Music of the Comedian Harmonists’
verscheen in 2007 en een jaar later
de CD
‘Holland-America Line’ op het label Channel Classics. Nu is hun nieuwste CD ‘Boum’
uitgebracht met bijna een uur muziek uit voornamelijk het interbellum. De groep
bestaat uit Marcel Reijans, Jan-Willem Schaafsma,
Mattijs van de Woerd, Jan-Willem Baljet, Martijn de Graaf
Bierbrauwer, Willem de Vries, Jeroen de Vaal (die op de vorige
CD ‘Holland-America Line’ verstekt liet gaan) en Pieter Hendriks (voor
het eerste van de partij). Op de CD zingen de acht klassiek geschoolde zangers
16 nummers in zes verschillende talen, inclusief een Braziliaanse bossanova.
Alles is uitstekend verstaanbaar. Sommige nummers zijn a-capella, anderen
worden begeleid door gitaar of piano (David Bollen). Hoogtepunten zijn het
wrange “Wij sloopen met muziek” van Johnny and Jones. Het duo nam het nummer op
tijdens één van hun “uitstapjes”
van concentratiekamp Westerbork naar Amsterdam en verwerkten in het lied de
namen van hun superieuren in Westerbork (Meyer, Brauna, Hoffmann en Katz),
Duitse joden die in Westerbork leidinggevende functies vervulden. En luister
eens naar het charmante “Ob, ich glaub’, ich hab’ mich verliebt” van de latere
Comedian Harmonists (het Meistersextet) uit 1938. Maar ook de Nederlandse
liedjes “Het blondje van het snelbuffet” en “Doe het electrisch” zijn
verrukkelijk. De CD straalt het plezier uit, dat de heren hebben in het
repertoire. Een absolute aanrader! (Harmonia Mundi / Frommermann Records
FRM-001)
*****
De
enige twee keer dat de Amerikaanse tenor Mario Lanza in een opera zong,
was in 1948 als Pinkerton in Puccini's ‘Madama Butterfly’ in New Orleans. Daarna
werd hij bekend als zingende acteur in veel MGM speelfilms. In 1959 kreeg Lanza
een hartaanval, een dubbele longontsteking en uiteindelijk overleed hij dat jaar
op 38-jarige leeftijd aan een longembolie na een streng dieet. Zijn discografie
is indrukwekkend, omvangrijk en divers. Op de nieuwe CD-uitgave ‘Famous Opera
Arias’ komt een uitgebreid repertoire van aria’s aan bod en de meeste
opnamen zijn van 1949 en 1950 (ook al staan geen data in het CD boekje) dus aan
het begin van zijn carrière. Lanza is zeer expressief en soms over-the-top
en zijn stijl is wat dat betreft meer geschikt voor Napolitaanse liederen dan
voor aria’s. Zijn inconsequente registerwisselingen maken het soms vermoeiend om
naar te luisteren. Er bestaan ontelbare CDs met diverse opnamen van Mario Lanza,
maar deze uitgave combineert de vroege klassieke opnamen van RCA en is daardoor
illustratief. Het CD-boekje bevat behalve de trackindeling geen informatie. (Archipel
ARPCD 0471)
*****
Dit
is een radio-uitzending van een uitvoering van ‘Andrea Chenier’ op 29
november 1958 in het Teatro San Carlo van Napels, die niet eerder op CD
verscheen. Van Antonietta Stella bestond al een DVD met haar Maddalena
uit 1955 op Bel Canto Society. Stella was wellicht nog een betere Maddalena dan
Renata Tebaldi. Haar adellijke en verfijnde trots en haar vurige stijl maken de
eerste akte spannend. Stella nam de rol ook in de studio op voor EMI in 1963 met
Franco Corelli. Met vlammende stem, staal in het midden en glans in de
hoogte draagt Corelli de ideeën van de revolutie met overtuiging uit. Hoor het
publiek schreeuwen op een “Bis” na zijn aria “Un dì all’azzurro spazio”
in de eerste akte en na zijn “Come un bel dì” in de laatste. Dit is de eerste
opname van Corelli in deze titelrol en andere bekende Cheniers van Corelli zijn
de 1966 Met-uitvoering op Myto, de videoregistratie uit 1972 op Hardy Classic
DVD en de Weense uitvoering van 1960 op Opera d’Oro met Ettore Bastianini.
Gérard was de glansrol van Bastianini en er bestaan minstens zeven opnamen van
hem in de rol. Bastianini zong de rol voor het eerst in 1953 in Turijn en had de
rol in 1957 voor Decca opgenomen in de studio naast Tebaldi en Mario del Monaco.
Bastianini was een ideale Gérard en zette maatstaven voor de rol. Luister naar
zijn fantastische “Son sessant’anni” in de eerste akte. Dirigent Franco
Capuana was al sinds 1930 werkzaam in in het Teatro San Carlo en overleed in
1969 in het theater tijdens een voorstelling van ‘Mosè in Egitto’ van Rossini op
75-jarige leeftijd. Zijn bekende ‘Andrea Chenier’ uit Tokyo van 1961 met Renata
Tebaldi en Mario del Monaco bestaat al op DVD op het label VAI. Met het orkest
van het Teatro di San Carlo van Napels laat Capuana de hartstocht, het tribunaal
en de demonstraties klinken en hij zweept de koren op. Een opname van Italianen
met vaderlandsliefde. Aan het begin van de derde akte zijn er oneffenheden in
het geluid van de radio-opname. Het CD-boekje bevat behalve de trackindeling en
de rolverdeling geen informatie.
(Myto
00258)
*****
De
Franse coloratuursopraan Natalie Dessay nam in januari en februari van
dit jaar de rol van Cleopatra in de opera ‘Giulio Cesare’ van Händel
op haar repertoire bij de Opéra van Parijs in Palais Garnier. Als voorproefje
nam zij voor het label Virgin de CD ‘Cleopatra’ op met de muziek van haar
partij. De CD bevat acht aria’s met recitatieven en een duet met de alt Sonia
Prina als Caesar. Dessay klinkt nog ingehouden en soms voorzichtig, wellicht
omdat de rol nieuw is voor haar en ze het nog niet op het toneel zong. Zij heeft
nog weinig dramatische uitdrukking en het ontbreekt aan kleuren in de
contrasterende aria’s. Soms lijkt ze slechts te vocaliseren. De stem is niet
breed, soms bleek en mat, maar minder nasaal dan voorheen. Luister dan eens naar
de opname van ‘Giulio Cesare’ met Lucia Popp (op Orfeo, weliswaar in het Duits)
en hoor hoe majesteitelijk en sensueel Cleopatra kan zijn. Dirigent
Emmanuelle Haïm en Le Concert d’Astrée spelen vloeiend, luchtig en stralend
op oude instrumenten. (Virgin 90787225)
*****
De
Franse alt Jeanne Gerville-Réache (1882 – 1915) was de eerste Geneviève
tijdens de wereldpremière van ‘Pelléas et Mélisande’ in de Opéra Comique van
Parijs in 1902. Helaas heeft Jeanne Gerville-Réache nooit de monoloog van
Geneviève opgenomen. Op Preiser is in de serie ‘Lebendige Vergangenheit’
een CD uitgebracht met opnamen, die Jeanne Gerville-Réache tussen 1909 en 1911
voor het Victor Red label maakte. Luister naar haar diepe alt in “J’ai perdu mon
Eurydice” uit ‘Orphée et Eurydice’ van Gluck. Met deze rol maakte zij haar
professionele debuut in de Opéra Comique in 1899 op voorspraak van Emma Calvé en
onder begeleiding van Pauline Viardot-Gracia. Haar stem doet denken aan een
cello met donkerrode en fluwelen kleuren. De twee aria’s uit ‘Carmen’ – de rol
die zij zong in onder andere Brussel en Canada – tonen haar opvallende bereik
met kelderdiepe lage tonen en stralende, schijnbaar moeiteloze hoge noten. De
drie aria’s uit ‘Samson et Dalila’ – de rol die zij zong in Brussel, Canada,
Boston en haar door haar optreden bij de Manhattan Opera aan het opnamecontract
bij Victor Red hielp – herinneren aan het feit, dat zij de opera op het
repertoire in Amerika hielp. Hiervan nam zij “Amour! Viens aider ma faiblesse”
in 1913 voor Columbia op, een jaar voor haar vroegtijdige dood op 32-jarige
leeftijd. Haar enige opname in het Duits is “Ich grolle nicht” n Schumann met
orkestbegeleiding. Zij besteedt overmatige aandacht aan de uitspraak – vooral
voor de laatste medeklinkers – en het is geen traditionele liedinterpretatie,
maar wel een indrukwekkende. Alhoewel er nog twee andere opnamen van
Gerville-Réache bestaan, wordt de CD aangevuld met zes fragmenten van de
Amerikaanse alt Sarah Cahier (Sarah Jane Lyaton Walker / Madame Charles Cahier),
die tijdens de postume wereldpremière van ‘Das Lied von der Erde’ zong. Van
Cahier bestonden al opnamen op Pearl met haar wiebelende “Urlicht” en de meer
schrijnende versie van “Ich bin die Welt abhanden gekommen”, die bekende
relieken zijn voor Mahlerianen. Op deze CD zingt zij aria’s uit ‘La Favorite’,
‘Le Prophète’ en ‘Carmen’. Zij had geen grote stem, maar ze was een intelligente
zangeres met een zekere techniek. (Preiser PR89737)
*****
Na
verschillende opnamen in zarzuelas vanaf 1951 maakte de Spaanse
mezzosopraan Teresa Berganza pas haar professionele debuut in 1957 als La
Cenerentola. In datzelfde jaar zong zij in Turijn de rol van Dido in ‘Dido
and Aeneas’ van Purcell, waarvan nog hoogtepunten in omloop zijn.
Drie jaar later zong Berganza de rol op het festival van Aix-en-Provence, die nu
voor het eerst op CD is verschenen. Haar interpretatie – en haar Engels – is nog
niet zo zeker als op de studio-opname van 25 jaar later voor Erato – in 1985
klonk zij meer ingetogen – maar de intelligentie, muzikaliteit en schoonheid van
de stem zijn al aanwezig. De live-opname is een document en mede aantrekkelijk,
aangezien het de enige is van Gérard Souzay als een prachtig lyrische
Aeneas en van dirigent Pierre Dervaux, die gedetailleerd en elegant
begeleidt. Het CD-boekje bevat behalve de trackindeling en de rolverdeling geen
informatie.(Walhall WLCD 0326)
*****
Toen
het Nazi-regiem de macht overnam in Duitsland, vluchtte de componist Kurt
Weill in eerste instantie naar Parijs en kwam in 1935 aan in de Verenigde
Staten. Hij was zo aangedaan, dat zijn werk in Duitsland waarschijnlijk was
verwoest, dat hij niet meer in het Duits schreef, afgezien van brieven aan zijn
ouders, die in Israël waren. In Amerika maakte Weill een studie van de American
Song en een Amerikaanse componist die hem beïnvloedde was George Gershwin. Weill
schreef zo’n 15 opera’s en 15 musicals. Het laatste theaterwerk, dat hij
voltooide, was zijn magnum opus ‘Lost in the Stars’, dat hij in 1948 en
1949 schreef en op 30 oktober 1949 in het Music Box Theater van New York in
première ging. De compositie is gegoten in een neo-klassieke vorm met veel
koorwerk. Het werk heeft diepte en gaat over de raciale vooroordelen tijdens de
naoorlogse periode. De Original Broadway Cast van 1949 is nog leverbaar op Decca
met Todd Duncan als Stephen, maar op de opname de songs zijn zo gecoupeerd, dat
de textuur van het werk verloren gaat. Gelukkig heeft Nimbus de opname van de
integrale muziek door dirigent Julius Rudel uit 1992 heruitgegeven. Rudel
deed veel Weill tijdens zijn 35 jaar lange staat van dienst bij de New York City
Opera en had het werk daar al in de jaren zestig gedirigeerd met Shirley Verett
in de rol van Irina. Zijn ervaring laat zich horen en hij dirigeert een
prachtige uitvoering. De bas Arthur Woodley als Stephen heeft een
prachtige bas en zingt het bekende “Lost in the Stars” en zijn monoloog “O Tixo,
Tixo, Help Me!” met charisma. Carol Woods is schitterend als Linda in
“Who’ll Buy”. Een aanrader! (Nimbus NI 2543)
*****
Scandinavië
heeft een lange traditie met het Duitse repertoire. De sterke, brede stemmen, de
goede uitspraak van de medeklinkers en de stralende hoogte op een zeker
middenregister is kenmerkend. Zo ook de Finse sopraan Camilla Nylund, die
de CD ‘Transfiguration’ met aria’s van de Richards Wagner en Strauss
heeft uitgebracht. Van beide componisten bevat de CD vier rollen, waarvan zij
zes al op het toneel zong. Deze zomer zal Nylund in Bayreuth Elisabeth in
‘Tannhäuser’ zingen. In de begroeting “Dich teure Halle” klinkt zij jeugdig en
juichend en in het gebed “Allmächt’ge Jungfrau” melancholisch met lange legato
lijnen. De lyrische cavatina “Einsam in trüben Tagen” van Elsa in ‘Lohengrin’ –
de rol die Nylund binnenkort in San Francisco gaat zingen – is mooi dromerig.
Ook in Strauss is Nylund een veel gevraagde zangeres. Onlangs zong zij ‘Daphne’
in Dresden en op de openingsscène op deze CD laat zij horen geen moeite te
hebben met de hoge tessitura van de titelrol. Het hoogtepunt van deze CD
is haar glansrol van Salome. Zij debuteerde in de partij in de afschuwelijke
enscenering van Katharina Thalbach in Keulen in 2004. De slotmonoloog zingt
Nylund jeugdig, krachtig, breekbaar en volhardend. De Finse dirigent Hannu
Lintu geeft uitstekende lezingen, maar het Tampere Philharmonic Orchestra is
op de opname helaas te ver naar de achtergrond gedrukt. (Ondine ODE 1168-2)
*****
De
1953 studio-opname van ‘La Cenerentola’ van Gioacchino Rossini is
een Glyndebourne Festival productie, die in 1992 door EMI op CD werd
uitgebracht, maar inmiddels alweer uit de catalogus verdwenen is. Reden te meer
om deze heruitgave op Urania te verwelkomen. Het is een mulitculti ‘La
Cenerentola’ met, een Spaanse en een Spanjaard, een Italiaanse en een Italiaan
en een Engelsman. Sesto Bruscantini zingt zijn glansrol van Dandini. Er
bestaan zo’n zes opnamen van zijn Dandini, waaronder maar liefst drie
studio-opnamen. Bruscantini is een parlando acrobaat en domineert het ensemble.
Deze ‘La Cenerentola’ is de enige opname van de Spaanse mezzosopraan Marina
de Gabarain. Zij heeft een egale stem, een prettig geluid en zet een
bescheiden Angelina neer. Ian Wallace is een werkelijk fantastische
Magnifico. Luister naar zijn schitterende “Miei rampolli femminini”. De onlangs
overleden Catalaanse tenor Juan Oncina zingt de rol van Ramiro.
Oncina trad tussen 1952 en 1961 veel op in Glyndebourne als Rossini-tenor en nam
in 1956 met het gezelschap en dirigent Vittorio Gui voor EMI zijn grote
succesrol in ‘Le Comte d’Ory’ op (naast Cora Canne-Meijer). Vittorio Gui
was in Glyndebourne de opvolger van Fritz Busch als muzikaal directeur van 1951
tot 1963, waarna John Pritchard hem opvolgde. In 1962 nam Gui voor EMI ‘Il
Barbiere di Siviglia’ op. Zijn ‘La Cenerentola’ is briljant, precies en
levendig. Luister naar de ritmische versnelling in “Zitto, zitto” aan het einde
van de eerste akte. Het CD-boekje bevat behalve de trackindeling en de
rolverdeling geen informatie. (Urania WS 121.105)
*****
De
nieuwste CD van de Britse sopraan Kate Royal ‘A Lesson in Love’ is
in elk opzicht een verrassing. Het repertoire lijkt op het eerste gezicht een
rommeltje, maar bij nadere beschouwing vormen de 29 liederen een eigen cyclus.
Zij vertelt hier het verhaal van een jong meisje en haar eerste liefdesrelatie.
Kate Royal neemt de luisteraar mee op reis van het verlangen via de eerste kus
en de opbloeiende liefde naar het huwelijk en uiteindelijk de teleurstelling.
Alle liederen staan in de “ik”-persoon. De Duitse, Franse, Engelse en
Amerikaanse liederen zingt zij met uitstekende uitspraak. Het is een
gevarieerde, gedurfde en ongekende verzameling liederen en veel interessanter
dan haar debuut CD uit 2007. Kate Royal heeft een aangename en warme stem met
ongelooflijk veel kleuren. Haar middenregister klinkt in de hoogte niet helemaal
vrij, waardoor haar kopstem soms los komt te staan van de rest, zoals in het
lastige “Apparition” van Debussy. Haar inzet doet soms zelfs denken aan Brigitte
Fassbaender. Luister bijvoorbeeld naar haar expressieve “Erstes Liebeslied eines
Mädchens” van Wolf. Je voelt bij elk lied echt elke emotie en opwinding, die zij
uitdrukt en je wordt als het ware de CD binnengezogen. Begeleider is de
gerenommeerde pianist Malcolm Martineau, die voor ieder lied gevoelig de
treffende sfeer weet te creëren. (EMI 948536-2)
*****
Mady
Mesplé werd op 7 maart 1931 geboren als Madeleine Mesplé. Gedurende meer dan
20 jaar was zijn exclusief onder contract bij EMI en ter gelegenheid van haar 80ste
verjaardag heeft het platenlabel nu een box met vier CDs uitgebracht waarop
aria’s uit opera’s, operettes, Franse melodies en eigentijdse muziek zijn
samengebracht. Het zijn haar bekendste opnamen, waaronder de aria’s uit haar
glansrollen als ‘Lakmé’, Philine in ‘Mignon’ en Olympia in ‘Les Contes
d’Hoffmann’, maar helaas ontbreekt op deze box haar Orphélie in ‘Hamlet’. Verder
onder andere liederen van Debussy, Satie en tien indrukwekkende melodies van Poulenc, die zij in de jaren tachtig opnam, inclusief
zijn prachtige “C”. Acht
fragmenten van deze box waren nog niet eerder uitgegeven, zoals het lied “Bist
Du!” van Liszt, het enige Duitstalige werk op deze box. Daarnaast het “Salut
à la France” uit Donizetti’s ‘La Fille du Régiment’ met een spectaculaire
triller op de hoge Es! Haar heldere, kristallen en tegelijkertijd honingwarme
stem met haar natuurlijke en spontane charme en onberispelijke coloraturen,
projectie en gevoel voor frasering maken haar onmiddellijk herkenbaar en uniek.
Deze box toont haar verscheidenheid en de belangrijke bijdrage, die Mady Mesplé
aan het Franse repertoire geleverd. (EMI 095003-2)
*****
Ter
gelegenheid van zijn 100ste geboortedag heeft het label Orfeo een box
met twee CDs van de Anton Dermota uitgebracht. De Sloveense tenor werd op
4 juni 1910 geboren en was al vanaf 1934 verbonden met de Weense Staatsopera.
Hij zong alleen daar al 71 verschillende rollen in zo’n 2100 voorstellingen.
Zijn spectrum aan rollen was ongelooflijk breed. Zijn lyrische expressie, gevoel
voor frasering, grote muzikaliteit en smaak en herkenbare timbre (een lichte en
metalige kleur) waren karakteristiek. Door enigszins achterin de keel te zingen
had Dermota met Alfredo Kraus gemeen, dat zijn stem een aristocratisch geluid
had. Orfeo heeft voor de dubbel CD geput uit het archief van de Salzburger
Festspiele én uit studio-opnamen. De eerste CD is met name gewijd aan Mozart. De
rol van Tamino in ‘Die Zauberflöte’ zong Dermota 185 keer in 45 jaar. Op de
eerste CD staat onder andere een fragment van de oudste opname van zijn Tamino
uit 1944. De rol van Don Ottavio in ‘Don Giovanni’ zong Dermota al in 1937 in
Salzburg. Op de CD staan de aria ‘Dalla sua pace’ (in het Duits) uit 1950 en
twee scènes uit 1955 na de heropening van het operahuis aan de Ringstrasse.
Tussen 1943 en 1963 was er in de Staatsopera geen ‘Così fan tutte’ denkbaar
zonder Dermota. Op deze CD drie fragmenten van zijn Ferrando. De tweede CD
bevat vooral fragmenten uit opera’s van Richard Strauss. Hij opent met een
fraaie uitvoering van de aria van de Italiaanse tenor uit ‘Der Rosenkavalier’,
die Dermota in 126 voorstellingen zong. Als Matteo in ‘Arabella’ is hij te horen
in de derde akte van de studio-opname van 1957 naast Lisa della Casa onder
leiding van Georg Solti. Dermota zong Flamand in ‘Capriccio’ al in 1944 in de
Staatsopera en onder andere in 1950 en 1960 te Salzburg onder leiding van Karl
Böhm. Op de opname van 1960 klinkt hij wat gespannen naast een hysterische
Elisabeth Schwarzkopf als Madeleine. Aan het einde van de tweede CD staat een
scène van zijn afscheidsvoorstelling als Tamino in ‘Die Zauberflöte’ op 24
januari 1981 op 71-jarige leeftijd! De stem klinkt onveranderd. De fantastische
articulering is kenmerkend en de frasering en zijn kleur en expressie zijn
dezelfde als vroeger. Verder op de CDs interessante fragmenten uit ‘Die Meistersinger von
Nürnberg’, ‘Fidelio’, ‘Eugen Onegin’,
‘Lady Macbeth van Mtsensk’ en ‘Palestrina’.
De CD box is een fraai document van één van de belangrijkste tenoren van de 20ste
eeuw. Het begeleidende boekje bevat prachtige foto’s. (Orfeo C 683 102 1)
*****
|