|











| |
CD RECENSIES
Amerikaanse opera's in de 21ste eeuw (5)
De Nederlandse opera's van de
21ste eeuw
zijn vaak opera’s, die in opdracht van een gezelschap geschreven worden en
aangespoord zijn door een bepaald dramatisch idee of
gevoel en niet zozeer door een verhaal. De première wordt aangekondigd met veel
tamtam, de productie loopt een aantal weken, wordt mogelijk gevolgd door een
tweede elders, maar sterft tenslotte een stille dood. In de Verenigde Staten
worden opera's geschreven door componisten, die begrijpen dat zij niet
componeren voor intendanten of producenten, maar voor het publiek dat een
verbintenis moet aangaan met het werk als hij bestaansrecht wil hebben en worden
de opera's opgevoerd door gezelschappen, die willen dat het werk een repertoire
stuk zal worden. In de reeks
‘Amerikaanse opera's in de
21ste eeuw’
zullen een aantal van deze opera's worden besproken.
Jake
Heggie (1961) is inmiddels één van de grote Amerikaanse componisten van deze
tijd. Op 30 april j.l. zag zijn vijfde opera ‘Moby Dick’ het daglicht in Dallas
en na ‘Dead Man Walking’ (2000, San Francisco) op libretto van Terrence McNally
met Susan Graham en Frederica von Stade en gedirigeerd door Patrick Summers,
‘The End of the Affair’ (2004, Houston) met Teddy Tahu Rhodes, Cheryl Barker en
ook gedirigeerd door Patrick Summers en de eenakter ‘To Hell and Back’ (2006)
met Isabel Bayrakdarian en Patti LuPone was zijn vierde opera ‘Three
Decembers’. Deze kameropera in twee akten was opnieuw een opdracht van de
Houston Grand Opera en ging op 29 februari 2008 in première. Het was de 38ste
wereldpremière van de Houston Grand Opera. Het libretto van de opera was
geschreven door Gene Scheer, gebaseerd op het toneelstuk ‘Some Christmas
Letters’ van - opnieuw - Terrence McNally, bekend van het toneelstuk
‘Masterclass’. Het verhaal gaat over de stormachtige emotionele levens van de
actrice Madeline Mitchell en haar twee volwassen kinderen Bea en Charlie. Hun
gevecht om elkaars aandacht en liefde wordt gevolgd gedurende drie
decembermaanden in drie verschillende decennia van hun leven. Laag voor laag
worden teleurstellingen afgepeld. Een ontbrekende vader, een zoon die worstelt
met een zieke partner, een dochter met een overspelige man. Het thema is – zoals
in alle Heggie toneelwerken – “identiteit”. Het ontroerende verhaal is
gestroomlijnd en bezit een grote omvang aan eenvoudige emoties. De opera heeft
ook een autobiografische component, want ook de vader van Heggie pleegde -toen
de componist tien jaar oud was - zelfmoord. Heggie schreef de muziek in een half
jaar tijd. Zijn muziek is veilig, toegankelijk en melodisch en houdt het midden
tussen musical en dansmuziek. De instrumentatie is
intiem met een 10-koppige ensemble inclusief twee piano’s, die op deze opname van de
wereldpremière gespeeld worden door Heggie en Patrick Summers. De rol van
Madeline wordt gezongen door de mezzosopraan Frederica von Stade – “Flicka”,
Heggie’s muze – en is haar op het lijf geschreven. Ze is een genot om naar te
luisteren en ze straalt hoorbaar. De sopraan Kristin Clayton als Bea en
de bariton Keith Phares als Charlie zetten overtuigend hun personages
neer en zingen schitterend. En opnieuw geeft “Heggie-expert” Patrick Summers als
dirigent en pianist leven aan Heggie’s onderhoudende muziek. (Albany
Records TROY 1073 / 74)
|