|











| |
DE NEDERLANDSE OPERA
'Dido and Aeneas' om de
hemel in te prijzen
Door: Mark Duijnstee
Disclaimer TheaterCentraal.nl:
Hoewel TheaterCentraal.nl bij eerdere
voorstellingen welkom was bij De Nederlandse Opera, weigert deze organisatie
sinds de aanstelling van criticus Mark Duijnstee perskaarten te verstrekken. In
het kader van de persvrijheid heeft TheaterCentraal.nl besloten zich niet te
laten censureren door het gezelschap, en koopt daarom toegangsbewijzen voor de
opera’s van DNO. Hoewel door deze kwestie en de verstoorde relatie met DNO in
onze optiek de journalistieke integriteit van de criticus en het medium niet
worden aangetast, achten wij het in het kader van transparantie evengoed van
belang de lezer hiervan op de hoogte te stellen opdat hij hierover zijn eigen
opinie kan vormen.
© Ruth Walz
Soms zie je een voorstelling
die bijna perfect is. Zo'n voorstelling is 'Dido and Aeneas' van Purcell door De
Nederlandse Opera. En ook dat kan gelukkig weer eens gezegd worden.
'Dido and Aeneas' is de enige opera van Henry Purcell (1659 - 1695) en ging in
première in 1689 op een meisjeskostschool in Chelsea. De Nederlandse Opera
brengt een productie uit Wenen van 2006, die ook al eerder in Parijs ging.
Regisseur is Deborah Warner (Oxford, 1959), die lange tijd als de vrouwelijke
topregisseur van Engeland gold. Haar ensceneringen zijn vaak braaf en zonder
interpretatie, soms theatraal vlak en met veel overdreven-aandoenlijke
bewegingen. En juist deze aanpak pakt in haar 'Dido and Aeneas' goed uit. In de
proloog begint het niet erg sterk De Ierse actrice Fiona Shaw - vriendin
van Deborah Warner - draagt hierin het gedicht "Echo and Narcissus" uit 'Tales
from Ovid' van Ted Hughes voor, vooruitlopend op het echokoor en de echodans van
de tweede akte. Het is een copy / paste uit haar solovoordracht 'Readings' van
het Holland Festival 2007, toen Shaw in de Amsterdamse Stadsschouwburg ook dit
tekstfragment declameerde en net als nu in spijkerbroek "butch" over het toneel
denderde. Het is niet echt passend in de opera en Shaw is dan ook slechts bij de
eerste twee van de acht uitverkochte voorstellingen aanwezig.
Maar daarna verplaatst Warner de opera zich naar het aristocratische Engeland
van de 19-de eeuw en ontvouwt de opera zich fraai. Warners één-op-één
personenregie is ijzersterk en er ontstaan momenten van buitengewone
intensiteit. Zij heeft goed oog voor de details van expressie en intimiteit en
laat de personages ongegeneerd zoenen, strelen en omarmen. Warner maakt de
heksen in de tweede akte ironisch door de klassieke zangeressen opzettelijk
lelijk te laten zingen en vermijdt hiermee dat zij karikaturen worden. Vuur en
acrobaten als geesten door de lucht zorgen voor het nodige spektakel. Het decor
met hoge deuren en bomen is prachtig en de kostuums zijn schitterend. Sfeervol
zijn de discrete vogelgeluiden tijdens de jacht. De finale sterfscène met
zelfmoord van Dido - en aangrijpende herhalingen van "Remember me!" door de
Zweedse mezzosopraan Malena Ernman - laat niemand onberoerd. Mede dankzij de
schitterende acteerprestaties van de overigens hemels zingende, Nederlandse
sopraan Judith van Wanroij als de dienares Belinda moet het publiek vechten
tegen de tranen. Dirigent William Christie en zijn authentiek ingestelde Les
Arts Florissants zorgen hier voor inspirerende begeleiding.
Alleen voelt Warner - zoals
veel regisseurs, die uit de theaterwereld komen - zich ongemakkelijk bij meer
dan drie personen op het podium en laat zij de koorleden knullig aan weerszijden
van het podium staan en af en toe onhandig voor- en achterlangs oversteken. De
soli van de koorleden waren ook niet echt om naar huis te schrijven en het gedoe
met gillende kinderen in Engelse schooluniformen was overbodig. Maar dit zijn
bijzaken en een enscenering, die zo'n sfeer van intimiteit weet op te roepen en
voor zulke momenten van intense expressie zorgt, kan ook door de meest
meedogenloze criticus alleen maar de hemel in geprezen worden.
|