|
OPERA
NEDERLAND |
|
|
Interview Marisca Mulder: “De uitdaging een personage tot leven te wekken” Door: Mark Duijnstee
Met groot succes zingt op dit moment de Nederlandse sopraan Marisca Mulder de rol van Kristina in ‘De zaak Makropoulos’ van Janáček bij De Nederlandse Opera. In een vraaggesprek vertelt zij Opera Nederland over haar carrière. De Nederlandse sopraan Marisca Mulder is geboren in Groningen en komt uit een zeer muzikale familie. “Mijn vader bespeelde als jongeman verschillende instrumenten en bezit een prachtige sonore basstem. Mijn moeder werd in een recensie ooit als veelbelovend zangeres geprezen naar aanleiding van een jazzconcert dat zij in haar jonge jaren gaf. Haar broer kreeg als puber toevallig een viool in handen en begon daar vanuit het niets haarzuiver op te spelen. Maar mijn ouders een mijn oom moesten door de toen heersende calvinistische mentaliteit een echt vak leren en dus werden deze talenten niet gestimuleerd.”
Intussen gasteerde Marisca Mulder ook al regelmatig aan De Nederlandse Opera. “Ik zong er Barbarina in ‘Le Nozze di Figaro’, Karolka in Janáčeks ‘Jenůfa’ en Frasquita in Bizets ‘Carmen’. Na mijn contract te Kassel was ik weer twee keer te gast bij DNO als Juliette in Korngolds ‘Die tote Stadt’ en Tebaldo in Verdi's ‘Don Carlos’. Ik heb toch wel een enorm zwak voor Janáček en geniet dan ook enorm van mijn optreden als Kristina in ‘De zaak Makropoulos’ bij DNO. Ik hoop van harte in een later stadium van mijn carrière ooit de rol van Jenůfa te kunnen uitvoeren.” Op dit moment is Marisca Mulder verbonden aan het theater te Erfurt in Duitsland. “Daar kreeg mijn stem, die intussen steeds voller en lyrischer begon te klinken, de kans verder te ontwikkelen in rollen als Violetta in Verdi's ‘La Traviata’, Antonia in Offenbachs ‘Les Contes d’Hoffmann’, Jenny in Weills ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ en de titelrol in ‘Rusalka’ van Dvorak. Ooit hoop ik nog de rollen van Mimi in Puccini's ‘La Bohème’, Nedda in Leoncavallo's ‘I Pagliacci’, Marguerite in Gounods ‘Faust’ en Fiordiligi in Mozarts ‘Così fan tutte’ te mogen zingen. “In iedere rol is er de uitdaging een personage tot leven te wekken en een boodschap aan de luisteraar te kunnen overbrengen. Muziektheater is voor mij van en voor alle tijden en zet de mens hopelijk aan tot denken, verwerken, reflecteren of dient er ook gewoon toe om te amuseren en af te leiden van dagelijkse beslommeringen. Daarom stel ik me op het gebied van de regie altijd open en flexibel op. Als een regisseur met een goed doordacht concept werkt, ben ik als zanger gemotiveerd, of het nu om conventioneel of modern theater gaat. Ik houd niet van statische "sta-opera's", dan kun je een werk ook concertant uitvoeren.” Marisca Mulder zegt zeer tevreden te zijn met het repertoire dat zij het volgende seizoen in Erfurt zal doen. “Ik zing daar mijn eerste Contessa in ‘Le Nozze di Figaro’, de titelrol in ‘Die Czardasfürstin’ van Kálmán, Frau Flut in Nicolai’s ‘Die lustigen Weiber von Windsor’ en de titelrol in ‘Agrippina’ van Händel.” |
|