|











| |
REPORTAGE
Gesmoorde stemmen (2)
Door: Mark
Duijnstee
De
misdaden van de Nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog strekten zich uit tot de
kunstenaars van Joodse afkomst. Het Nationaalsocialistische denkbeeld, dat de Joden letterlijk en figuurlijk van het
toneel moesten verdwijnen, leidde tot de moord op vele Joodse operazangers. Dit
ongeacht het feit, dat zij ooit door het Duitse publiek bewonderd werden en zij
hen door hun toewijding hadden laten genieten van de kunst. Sommigen van deze zangers –
zoals de tenoren Michel Gobets en Joseph Schmidt – zagen hierdoor hun carrière
bekort en konden hun gaven niet verder ontwikkelen. Anderen – zoals de alten
Therese Rothauser, Ottilie Metzger en Magda Spiegel - werden na een lange staat
van dienst een ongestoorde oude dag ontnomen. Lang is er over hen gezwegen en is
men vergeten wat zij gegeven hebben. Hun biografieën zijn indrukwekkend
en verdienen het gelezen te worden. Het is confronterend als deze vermoorde
Joodse operazangers opeens een identiteit krijgen.
 Vanwege
zijn kleine gestalte (1.54 m) beperkte de carrière van de tenor Joseph
Schmidt zich tot radio-optredens en plaatopnamen. Schmidt werd op 4 maart
1904 in Davideny, Roemenië (destijds Oostenrijk), geboren. Als kind zong hij in het koor van de
synagoge en zijn wens was cantor te worden. Door de weldaad van zijn oom kreeg
hij de gelegenheid om zang te studeren in Berlijn bij Hermann Weissenborn. Op
18 april 1929 vierde Joseph Schmidt zijn debuut in een productie van Meyerbeers
‘Die Afrikanerin’ en na
het verschijnen van de film ‘Ein Lied geht um die Welt’ in 1932 kreeg hij in
Duitsland en daarbuiten een enorme populariteit. Door de opkomst van het Nazisme moest Schmidt
echter naar Wenen
vluchten. Van daaruit maakte hij uitgebreide concertreizen en in 1937 was zijn triomfantelijke
Amerikaanse podiumdebuut in de Carnegie Hall te New York. Tussen 1932 en 1939 was Joseph
Schmidt vele malen te gast in Nederland, met name bij de VARA-radio. In 1939 keerde Schmidt terug naar Europa en maakte zijn enige bühneoptreden als Rodolfo in België. Na verschillende incidenten en onder omstandigheden die zijn
gezondheid enorm verzwakten, vluchtte Schmidt een jaar later van bezet België door
Frankrijk naar – volgens hem veilig – Zwitserland. Daar werd Joseph Schmidt in
1942 gearresteerd en opgesloten in het concentratie- c.q. vluchtelingenkamp
Gyrenbad. Daar overleed de verzwakte en zieke Joseph Schmidt op 16
november van dat jaar.
(met dank aan Alfred Fassbind, Joseph Schmidt Archiv, Zwitserland)
♪ Schubert - "Nur wer die Sehnsucht kennt" (VARA-festival, Birkhoven, 5 juli
1936) ♪
 De
Tsjechische alt Magda Spiegel behoort tot de belangrijkste Duitstalige
zangeressen van de 20e eeuw. Zij werd bewonderd vanwege haar diepe timbre en
haar grote stemomvang. Magda Spiegel werd op 3 november 1887 in Praag geboren en
de Joodse liet zich - wellicht vanwege de antisemitische boykotten en
hetzecampagnes in het Praag van rond 1900 - omstreeks die tijd dopen. Op 19-jarige leeftijd
begon Magda Spiegel haar kunstenaarsloopbaan aan het Deutschen Theater in Praag. In 1910
werd zij voor zes jaren geëngageerd aan het operahuis van Düsseldorf, waar zij
veel succes had als Azucena in Verdi’s ‘Il Trovatore’. Veel over haar tijd in
Düsseldorf is niet bekend, want de meeste documenten uit die tijd zijn in de
Eerste Wereldoorlog verbrand. Aansluitend zong de alt aan de Frankfurter Oper. In
Frankfurt zou ‘Die Spiegel’ een glansrijke carrière maken en werkte zij met
componisten als Richard Strauss, Paul Hindemith en Franz Schreker en zong zij
met onder anderen de dirigenten Wilhelm Furtwängler, Hans Knappertsbusch en
Clemens Krauss. Vier maal trad zij op in Nederland. In 1926 in ‘Die Walküre’ als
Ficka naast Frida Leider, Lotte Lehmann en Emanuel List; in 1927 in ‘Siegfried’
met Leider, Jacques Urlus en Ludwig Weber; in 1928 in ‘Die Meistersinger von
Nürnberg’ als Magdalene en in 1934 in ‘Rienzi’. In de eerste drie jaren van het
Derde Rijk had Magda Spiegel nog een uitzonderingspositie aan het operahuis van
Frankfurt. Zij was op dat moment in het solo-ensemble de enige “niet-arische”,
aangezien men geen vervanging voor haar uitzonderlijke stemtype vond en zij de
publiekslieveling was. Maar de zelfbewuste en strijdlustige Magda Spiegel werd
steeds vaker het slachtoffer van hetzes en beschuldigingen. Het kwam steeds
minder op haar zangkwaliteiten aan dan op haar joodse afkomst. Ze werd met
kleine, onbeduidende en tweederangs rollen vernederd en in de Nationaal
Socialistische pers kreeg zij voor het eerst slechte kritieken. In 1934 werd
haar te kennen gegeven dat haar contract in Frankfurt – waar zij inmiddels 18
jaar zong – niet werd vernieuwd. Een jaar later werd zij door de cultuurpolitiek
van de Nazi’s “kaltgestellt” en met onmiddellijk pensioen gestuurd op haar 48e.
In de nazomer van 1942 werd Magda Spiegel door de Gestapo in Frankfurt
gearresteerd en op 2 september 1942 met transport XII/2-477 – samen met haar
collega bariton Richard Breitenfeld, zie “Gesmoorde Stemmen (1)” – naar het concentratiekamp Theresienstadt
gebracht. Op 19 oktober 1944 stond zij opnieuw op de deportatielijst (Es-1470),
nu naar Auschwitz. Na aankomst is daar direct een einde aan haar leven gekomen,
waarschijnlijk in de gaskamer. Magda Spiegel werd slechts 56 jaar.
♪
Verdi - 'Don Carlo': "O Don Fatale" (in het Duits; Berlijn, 1922) ♪
Gerson
Sirota werd in 1874 in Odessa geboren en zong voor het eerst daar in de
synagoge. In 1908 werd Sirota benoemd tot eerste voorzanger van de grote
synagoge in Warschau. Inmiddels had hij een grote internationale reputatie
verworven door de distributie van zijn plaatopnamen, waarmee hij in 1903 was
begonnen. Uiteindelijk zou hij in ruim 30 jaar zo’n 175 plaatopnamen maken. Vanaf
1912 ondernam Sirota concertreizen over de hele wereld tot ver in de jaren
dertig. Hij trad jaarlijks op voor de tsaar van antisemitisch Rusland, wiens
moeder hem naar men zegt een gouden horloge cadeau gedaan zou hebben. Sirota bezat
een mooie en
dramatische tenor met groot bereik en flexibiliteit. Hij had een voortreffelijke
operazanger kunnen worden, maar vanwege religieuze redenen koos hij voor het vak
van voorzanger. Toen de tenor Enrico Caruso hem tijdens een concert de aria “Celeste Aida” hoorde zingen,
zou de Italiaan gezegd hebben blij te zijn dat de cantor zijn gave aan een ander
vak had gewijd dan opera. Vroeg in zijn carrière maakte Sirota enkele
operaopnamen onder de naam Sirotini om zijn ware identiteit niet te onthullen,
maar latere uitstapjes naar de opera werden allen onder zijn eigen naam
gezongen. Terug in Warschau na een buitenlandse reis in 1938, werd Gerson Sirota
in een getto opgesloten. Samen met zijn vier zoons, vier dochters en hun familie
is hij waarschijnlijk tijdens de laatste dagen van Pesach in 1943 vermoord bij
een aanval van de Nazi’s na de heroïsche, Poolse opstand in april.
♪ Meyerbeer - 'Les Huguenots': "Plus blanche" (in het Italiaans; datum onbekend)
♪
De
alt Therese Rothauser werd op 10 juni 1865 in Boedapest geboren. Zij
begon haar zangcarrière als concert- en oratoriumzangeres en werd in 1887 geëngageerd door de opera van Leipzig.
Daar debuteerde zij in de opera ‘Die Loreley’
van Max Bruch. Vijfentwintig jaar lang – van 1889 tot 1914 – was zij ensemblelid van de Berliner Hofoper. Ze maakte gastoptredens in Dresden, Weimar en Boedapest
en haar
repertoire bestond uit zo’n 115 rollen. Met name werd Therese Rothauser
gewaardeerd in vertolkingen van Mozart-personages als Dorabella, Donna Elvira en
Cherubino, maar ook als Amneris in ‘Aida’. Zij zong de rol van Annina in de
Berlijnse première van ‘Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss in 1911 en nam
een jaar later een fragment uit deze opera op voor de plaat. Na een uitvoering van
‘Carmen’ kreeg Therese Rothauser van keizer Wilhelm II een saffieren broche. Zij
werkte mee aan vele wereldpremières, waaronder Weingartners ‘Genesius’, Kienzls
‘Don Quixote’, d’Alberts ‘Kain’ en Mahlers bewerking van Webers ‘Die drei
Pintos’. Na haar zangcarrière werkte Therese Rothauser als zanglerares. Naar
aanleiding van haar 75ste verjaardag op 10 juni 1940 kreeg de zangeres nog een
bloemstuk van de Staatsoper en nog geen jaar later werd door het operahuis haar
pensioen ingehouden, omdat zij Joodse was. Op 21 augustus 1942 werd Therese
Rothauser samen met haar zuster naar het concentratiekamp Theresienstadt
gedeporteerd. Toen men haar ophaalde uit haar woning in de Konstanzerstasse 11,
heeft zij de Gestapo-beambten uitgelegd nog van haar vleugel afscheid te nemen.
Onder het portret aan de wand van Keizer Wilhelm II zou zij nog één maal “Teure Heimat, lebe
wohl” hebben gezongen. Het is onduidelijk of Therese Rothauser in 1942 in Auschwitz of in april
1943 in Theresienstadt werd vermoord.
♪ R.
Strauss - 'Der Rosenkavalier': "Herr Kavalier" (met Paul Knüpfer; Berlijn, 4
december 1912) ♪
 De
bas Rudolf Bandler werd geboren op 5 maart 1878 in Rumburk, Tsjechië.
Zijn eerste engagement had hij in Trier in het seizoen 1904 / 1905. Daarna
volgden er contracten in Metz (van 1905 tot 1907), Essen (van 1907 tot 1921) en
Wenen (Volksoper 1924 tot 1927), waar Bandler ook als regisseur werkzaam was.
Daarna werkte hij in Praag bij de Oper des Deutschen Theaters. Daarnaast had hij
talrijke gastoptredens aan Duitse, Oostenrijkse en internationale operahuizen,
zoals bijvoorbeeld de Hamburgse Staatsoper, de Weense Staatsoper en het Teatro
Colón van Buenos Aires. In het begin zong Bandler serieuze en later
buffo-partijen van het basrepertoire. Zijn rollen waren onder anderen Alberich,
Osmin, Bartolo, Beckmesser en Rocco. Op 6 december 1916 werkte hij mee aan de
wereldpremière van ‘Das Testament’ van Wilhelm Kienzl aan de Weense Volksoper.
Rudolf Bandler publiceerde een aantal verzamelingen met geestige anekdoten,
zoals de bundel “Lachendes Theater” uit 1937, die hij genoodzaakt was in Praag
te publiceren. In 1941 werd Rudolf Bandler vanuit zijn woonplaats Praag met het
transport C-619 naar het concentratiekamp Theresienstadt gedeporteerd. In 1943
werd hij overgebracht naar het Ghetto Litzmannstadt (Łódź, Polen) en
is daar onder onbekende omstandigheden omgekomen. Van moord kan men uitgaan.
♪ Moessorgsky - "Lied des Mephistopheles in Auerbachs Keller" (in het Duits;
1930) ♪
Bibliografie:
1. Fred Bredschneyder - Ik Hou Van Holland; een Levensbeeld van Joseph
Schmidt in Feiten, Gebeurtenissen en Herinneringen (Amsterdam: Uniepers,
1981)
2. Carl Ritter - Joseph Schmidt (Maastricht: Leiter-Nypels, datum onbekend)
3. Claudia Becker - Magda Spiegel; Biographie einer Frankfurter Opernsängerin
1887 - 1944 (Frankfurt am Main: Waldemar Kramer, 2003)
4. Lebenszeichen; Therese Rothauser 1865, Budapest – 1943, Theresienstadt [eindred.
Elmar Buck] (Keulen: Theaterwissenschaftliche Sammlung der Universität, 2006)
5. Rudolf Bandler - Humor im Lied; Eine Reihe heitere Gesänge - Ausgewählt
und in seinen Konzerten vorgetragen von Rudolf Bandler (Berlin/Lichterfeld:
Schlesinger'sche Buch-und Musikhandlung, 1924)
6. Rudolf Bandler - Lachendes Theater; Lustiges Allerlei - Einem geneigten
Publico zur Belustigung (Praag: Selbsverlag, 1937)
Büste Magda Spiegel in Frankfurt © F. van Aken
Graf Joseph Schmidt in Friesenberg bij Zurich © Siegfried Geller
Rudolf Bandler - Lachendes Theater © MD
|