|
Buitenlandse recensies
Eva-Maria Westbroek verovert La Scala met ‘Die lustige Witwe’
Door :
Mark Duijnstee
 
©
Marco Brescia
Van alle
grote Europese operahuizen ontbrak het Teatro alla Scala van Milaan nog aan de
erelijst van de Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek, want nog niet eerder stond
zij in een avondvullende voorstelling in het befaamde gebouw. Afgelopen week nam
zij het kritische Milanese publiek voor zich in met een overrompelend roldebuut
in de titelrol van de operette ‘Die lustige Witwe’ van Franz Lehár.
Nog
nooit was ‘Die
lustige Witwe’ in de Scala te horen, ook niet tijdens de
sensationele triomfrit van de operette gelijk na de wereldpremière in 1905.
Ondanks het feit dat de wereldpremière in Wenen slecht werd bezocht - er werden
zelfs vrijkaarten uitgedeeld – en door rommelige voorbereidingen teleurstelde,
werd de operette de daarop volgende dagen via mond-op-mond reclame een enorme
hit. Van de eerste zangers Louis Treumann als Danilo en Mizzi Günther als Hanna
werden zelfs al gauw fragmenten uit ‘Die lustige Witwe’ op de plaat gezet.
Daarna heeft
‘Die lustige Witwe’ de geur van de Tweede Wereldoorlog opgedaan. Het was het
lievelingswerk van Adolf Hitler, van wie wordt gezegd dat hij na een opvoering
in 1939 de Nederlandse zanger Johannes Heesters roemde als zijn favoriete Danilo.
Lehár genoot bij Hitler grote voorrechten en Lehár was uitzondering op de regel,
dat werken van componisten die getrouwd waren met joodse vrouwen niet meer
werden gespeeld. Met succes pleitte Lehár voor de joodse librettist van ‘Die
lustige Witwe’ Viktor Léon en werd zijn verdrijving voorkomen, ook al stierf
Leon uiteindelijk in 1940. Tevergeefs waren Lehárs inspanningen aan het adres
van Hitler ter voorkoming van de dood van zijn andere librettist Fritz
Löhner-Beda. Hij stierf in 1942 in Auschwitz. De eerste vertolker van Danilo,
Louis Treumann, werd ook door de Nazi’s vermoord in het concentratiekamp
Theresienstadt.
Operette
lijkt voor regisseurs vaak een vrijbrief om met de muziek en het verhaal te doen
wat zij willen en dit gebeurt ook in de productie van regisseur Pier Luigi Pizzi
(1930, Milaan) voor deze Scala première. Hanna’s aria is bijvoorbeeld naar
achteren verschoven en de pauze bevindt zich in het midden van de tweede akte.
Erger nog is dat Pizzi het verhaal in het Italiaans laat uitleggen door een
acteur. Het doet denken aan ‘Die lustige Witwe’ in het Concertgebouw in
Amsterdam in 2000, toen Freek de Jonge als spreker zichzelf leuker vond dan
Lehár. Pizzi vervangt de dialogen door speeches, die keer op keer Lehárs
dansorgie van walsen, polka’s, marsen, can-cans, mazurka´s, galoppen en
polonaises onderbreken en soms langer aandoen dan de muziek zelf. Scènes worden
weggelaten, waardoor de personages onvoldoende diepgang krijgen. Zo vertellen
Hanna en Danilo hun geschiedenis niet aan het begin, maar ontmoeten ze elkaar
pas zwijgend aan het einde van de eerste akte in de balzaal.
Maar
dat neemt niet weg dat er veel te genieten is in deze Scala productie. ‘Die
lustige Witwe’ is één van Pizzi’s ensceneringen in de typische Italiaanse
operatraditie van opkomsten en afgangen. De personages bewegen zich luchtig in
schitterende kostuums door de prachtige, classicistische decors met trappen en
verhogingen en het is dan ook een lust voor het oog. Eva-Maria Westbroek
schittert als de rijke weduwe Hanna Glawari, op andere dagen afgewisseld door
Nancy Gustafson in de tweede bezetting. In Marlene Dietrich outfit stapt zij uit
een Rolls Royce en flirt koket in de gymzaal met de natuurlijke, verstaanbare
Danilo van Will Hartmann op het turnpaard geflankeerd door de barihunk David
Adam Moore als Cascada. Daarnaast is tenor Dmitry Korchak een grote belofte als
Camille de Rossillon met een schitterende hoogte. Dirigent Asher Fisch geeft een
fenomenale lezing van de prachtige muziek met Lehárs bijzondere, volle
instrumentatie en hij beheerst het "Hm-ta-ta" volkomen.
Het is een
genot te zien en te horen, dat Eva-Maria Westbroek ook dit repertoire beheerst,
zoals de grote operazangers van weleer in dit genre thuis waren. Zij getuigt
een muzikale kameleon te zijn, die in volle overtuiging elke gedaante op het
operapodium aanneemt. Voor haar “Vilja-Lied” werd zij na de prachtige
pianissimo hoge B beloond met luide “brava’s” door het kritische, Milanese publiek en de Scala heeft haar teruggevraagd voor ‘Die Frau ohne
Schatten’ van Richard Strauss in 2012.
|