|











| |
BUITENLANDSE RECENSIES
Knallend
roldebuut Frank van Aken in ‘La Wally’ met Carlo Franci
Door: Mark Duijnstee
© Wolfgang Runkel
De opera ‘La Wally’ van
Alfredo Catalani behoort niet echt tot het standaardrepertoire. Het werk staat
meestal in concertvorm op het programma, omdat het bewerkelijk is om te
ensceneren. Ook Oper Frankfurt brengt ‘La Wally’ in een concertante uitvoering,
waarin de Nederlandse tenor Frank van Aken een knallend roldebuut maakt als
Hagenbach. Dit alles onder de meesterlijke leiding van de 84-jarige dirigent
Carlo Franci.
‘La Wally’ is het laatste werk van de Italiaanse componist Alfredo Catalani
(1854 – 1893) en de eerste opera, die hij – vanwege zijn strubbelingen met
uitgevers – schreef zonder contract. De première in de Scala van Milaan in 1892
was een groot succes en uitgever Ricordi toonde daarna enthousiasme voor het
werk. Maar Catalani’s gezondheid ging door tuberculosis achteruit en de betaling
van Ricordi liet op zich wachten. Anderhalf jaar na de première overleed
Catalani zonder uiteindelijk geld te hebben ontvangen.
Catalani was een romanticus, die zich staande probeerde te houden ten tijde van
het hoogtepunt van het verismo. En ook al vertonen een paar momenten in
‘La Wally’ veristische trekken, bijvoorbeeld in de couleur locale van de
boerendansjes en de jodelzang, de natuur in ‘La Wally’ is – ondanks haar
belangrijke rol en invloed op het verhaal – meer romantisch van aard. De opera
heeft een geheel eigen karakter en is krachtig, energiek en elegant. De muziek
is mooi verbonden met het verhaal, is prachtig gekleurd en staat de zangers toe
hartstocht uit te stralen. Er zijn opvallend veel citaten. In de eerste akte is
tijdens de ouverture en het jagerskoor de invloed van Webers ‘Der Freischütz’ te
horen. Het gebedskoor en orgelspel in de tweede akte doen sterk denken aan
‘Cavalleria Rusticana’. In de derde akte is de overeenkomst tussen de
samenzwering Gellner / Pedone en Rigoletto / Sparafucille treffend en ook een
gelijkenis tussen het laatste duet “Vieni, vieni” en de kerkerscène “Lontano,
lontano” uit de derde akte van Boito’s ‘Mefistofele’ is opmerkelijk.
Al decennia lang is de dirigent Carlo Franci te gast bij de Opera van
Frankfurt. De inmiddels 84-jarige Franci is een levende legende, die veel heeft
gewerkt met de Nederlandse sopraan Cristina Deutekom. Franci dirigeert ‘La Wally’
in Frankfurt uit z’n hoofd. Des te opmerkelijker is het, hoe zorgvuldig zijn
uitvoering klinkt. Zijn nauwgezette waarneming van de dynamiek, de accurate
sprongen in de ritmiek en de perfect en delicaat gesmede voering van de
individuele stemmen in het orkest zijn werkelijk uitzonderlijk. Het tussenspel
voor de derde acte hoorde men nooit eerder zo teder, treurig en intens.
Opvallend Franci’s bescheiden fermate, waardoor het geheel compact wordt.
En meesterlijk laat Franci de stemmen en het orkest samensmelten tot een geheel.
Franci – wiens vader als bariton met Aureliano Pertile zong en van wie nog
opnamen bestaan – is waarschijnlijk de laatste van een generatie dirigenten, die
de traditie van de Italiaanse opera nog kunnen overbrengen.
Franci dirigeert het roldebuut van Frank van Aken als Hagenbach. De
partij geldt als één van de moeilijkste voor tenoren. De combinatie van hoge
tessitura en “Heldentum” vereist zo’n drie verschillende typen tenoren.
Frank van Aken weet met zijn stem van edelmetaal op de juiste momenten te
knallen en de passende dosis verfijning aan te brengen voor de ruwe berenjager.
Hij zingt de rol nu eens krachtig, dan weer gevoelig en ook de lichtheid in de
tweede akte gaat hem voortreffelijk af. Met deze rol voegt de Nederlander een
fraaie partij toe aan zijn indrukwekkende repertoire. De Italiaan Enrico Iori
was tot nu toe alleen nog maar in Italië bekend en zingt de rol van de
autoritaire vader Stromminger. Hij is een ontdekking van de Oper Frankfurt en
met zijn grote, dominante bas dondert hij door de zaal. De Nigeriaanse sopraan
Morenika Fadayomi valt in voor Wally en zingt de rol dit jaar in een
scenische productie in Düsseldorf. Zij heeft een mooie, lyrische stem en zij
weet waar zij over zingt. Opvallend zijn de vele haaltjes naar de noten toe en
haar wollige uitspraak. Haar bekende afscheidsaria in de finale van de eerste
akte “Ebben… Ne andró lontana” zingt zij beeldschoon. De Italiaan Piero
Terranova valt in als de bezitterige Gellner en zingt met geslepen bariton.
Opvallend Anna Ryberg als Walter met een fraaie, lyrische
coloratuursopraan, die goed tot haar recht komt in de jodelballade van de eerste
akte. Het Chor der Oper Frankfurt kruipt in de derde akte onder de huid als de
toegesnelde bewoners.
Opnieuw demonstreert Oper Frankfurt, dat zij weet wat opera is. Niet voor niets
behoort het operahuis aan de Main al vele jaren tot de belangrijkste
gezelschappen van Europa. En steeds meer Nederlanders weten het te vinden.
|